Liturgisch bloemstuk 13 maart 2022



De mooiste dingen in het leven vallen ons toe. Je levenslust. Iemand die voor je kiest, die jou liefheeft. Ervaringen die het leven van alle dag kleur geven: van een fascinerende zonsopgang tot de hartelijke woorden van iemand in je omgeving. Het zijn de grote en kleine verrassingen die het leven glans geven. Je kunt ze zelf niet organiseren, je ontvangt ze. De kerk is bij uitstek een plek van zulke verrassingen. Ervaringen die je dankbaar stemmen. Liefde en genade van God worden ons aangezegd. Wat er ook is gebeurd of aan welk kwaad je ook debet bent, je mag uit genade opnieuw beginnen. In de kerk leven we van wat we ontvangen. Genade is de grondtoon".

Als basis voor de symbolische schikking is een pot gebruikt die onderaan smal is en naar boven breder uitloopt. Hiermee wordt "ontvangen" gesymboliseerd. De pot is niet tot aan de rand gevuld, maar blijft open om het ontvangende te benadrukken.

Op de rand van de pot rust een verticale zuil van droge grassen, ze reiken naar de hemel. Grassen die de herinnering dragen van een voorbije lente, zomer en herfst. Later in de Veertigdagentijd wordt de zuil groener, hoop op een nieuwe lente.

Vandaag staat de verheerlijking op de berg centraal, een beeldend verhaal en tegelijkertijd niet zichtbaar. Tegelijkertijd gaat het verhaal ook over ontmoeting. Tussen de structuur, op tweederde hoogte, bevindt zich een stukje kippengaas.

Het moet de wolk voorstellen: het is er en we kunnen het niet goed zien. De wolk is ook een directe verwijzing naar de tekst waar het gaat over de stem die uit de wolk komt. De wolk is gevuld met uitgebloeid pampasgras en gipskruid.

 
terug